Parket en vloerverwarming

PARKET EN VLOERVERWARMING

  1. ONDERGROND

De ondergrond moet volgens VOB/DINB 18356 “Het leggen van parket” en volgens de algemene regels van het vak, glad, vast, egaal en droog zijn. Let u hierbij ook op de DIN 4725 “Warm water Vloerverwarming”.

Voor het leggen moet u ervoor zorgen dat het vocht, wat door de warmteontwikkeling nog extra vrijkomt, uit het vloeroppervlak kan verdwijnen.

De verwarming moet daarom, na de uitharding van de vloer (cementdekvloer: 21 dagen na het aanbrengen, anhydriet vloer: minstens 7 dagen na het aanbrengen) als volgt worden ingesteld (dag en nacht):

3 dagen met een kamertemperatuur van 25 graden C;
4 dagen met een maximale kamertemperatuur; daarna afbouwen met blokken van max. 10 graden C per dag.

Iedere extra dag verwarming geeft extra zekerheid. Gedurende het opwarmen en afkoelen is de ruimte zonder problemen te ventileren. Deze maatregelen moeten ook in de zomer uitgevoerd worden. Het opwarmen is een zaak van de verwarmingsleverancier. Voor de verdere voorbereiding van de ondervloer gelden dezelfde maatregelen als voor andere vloerbedekkingen ( voorstrijken, egaliseren en schuren). De egalisatiemiddelen moeten geschikt zijn voor vloerverwarming.

  1. TEMPERATUUR / ACCLIMATISERING

Ruimtetemperatuur: 18 – 24 graden C

Oppervlaktetemperatuur van de ondervloer: tussen 15 en 18 graden C

Relatieve luchtvochtigheid: 40 – 70%

De verpakkingen worden door ons voor het leggen geopend. De noodzakelijke acclimatisering alleen met gesloten, horizontaal gelegen
verpakkingen uitvoeren.

  1. LIJMSOORTEN

Hobeau parket brengt speciale parketlijm aan die geschikt is voor vloerverwarming. Er zijn lijmsoorten, waarbij de keuze afhankelijk is van
de vloersoort en de gebruiksaanwijzing van de fabrikant. Wij zorgen ervoor dat de juiste parketlijm geleverd wordt.

  1. HET LEGGEN

Het leggen van parket moet het laatste zijn wat er in een project moet gebeuren. Om latere problemen te voorkomen, moet de vloerverwarming zo afgesteld worden, dat de temperatuur van het vloeroppervlak voor en tijdens het leggen van de parketvloer tussen de 15 en 18 graden C ligt. De relatieve luchtvochtigheid moet ook tijdens het leggen ca. 40 – 70% bedragen.

Let altijd goed op de gebruiksaanwijzing van de verschillende parketsoorten. Voor de verwerking op vloerverwarming adviseren wij het parket geheel te verlijmen op de ondervloer. Zo wordt voorkomen, dat er zich tussen het parket en de parketondervloer een luchtlaag vormt. Messing en groef worden zonder toevoeging van lijm in elkaar geschoven. Tussen alle vaste elementen moet een uitzegvoeg van minstens 10mm. aangehouden worden. De uitzegvoegen worden na voltooiing van de legwerkzaamheden met siliconen vrije opvulmiddelen, plinten of met andere profielen afgedekt. Parket elementen moeten zoveel mogelijk in de richting van de lichtinval gelegd worden. De eerste parket rij wordt in een rechte lijn met de groef naar de muur gelegd. Bij een onregelmatig muurverloop wordt de eerste rij dienovereenkomstig aangepast. Er moet op gelet worden, dat de kopse naden van de elementen onderling voldoende verspringen. De parketelementen in het lijmbed leggen en met de hand of met een aanslaghout in de messing- en groefverbinding drukken. Overtollige lijm direct verwijderen. De tijdens het leggen benodigde temperatuur van de ondervloer mag ook gedurende 7 dagen na het leggen van het parket niet veranderd worden. ( In verband met afbinden c.q. uitharden van de lijm).

  1. IN GEBRUIKNAME VAN DE VERWARMING

De tijd die in acht genomen moet worden tussen het leggen van het parket en het in gebruik nemen van de verwarming moet met ons overlegd worden. Belangrijk hierbij is ook, dat de verwarming bij aanvang van het stookseizoen met een maximale oplopende temperatuur van 5 graden C per dag op temperatuur gebracht moet worden. Dit geldt bij aanvang en beëindigen van ieder stookseizoen. De oppervlaktetemperatuur van de parketvloer mag maximaal 28 graden C bedragen. Dit betekent een bedrijfstemperatuur van de vloerverwarming van ongeveer 55 graden C. voor het behoud van het parket is het aan te bevelen, ook in de winter een kamertemperatuur van 18 – 21 graden C en een relatieve luchtvochtigheid van 40 – 60% aan te houden.

Op grond van de hygroscopische eigenschappen van hout in het algemeen, kunnen gedurende de stookperiodes kleine kieren tussen de parketelementen ontstaan. Deze zijn bij elementen uit hout, gecombineerd met vloerverwarming niet te vermijden en moeten getolereerd worden.